Belangrijke beslissingen beginnen bij een analyse
Ruwvoer is de basis van het melkveehouderijbedrijf. Immers ons ruwvoer verbouwen we zelf. Daar zijn natuurlijk ook kosten mee gemoeid, maar die liggen anders dan bij de aankoop van (kracht)voer. Bij een optimale bedrijsvoering is het zaak zoveel mogelijk liters melk uit eigen ruwvoer te produceren. De praktijk wijst uit dat de voerkosten per 100 kg meetmelk per bedrijf sterk kunnen verschillen. De verschillen schuilen meestal in de post aangekocht voer.

afb. mais inkuilen (foto HAS&S)
Met een betrouwbare analyse nemen we de regie in hand
Door scherpere bemestingsnormen en minder depositie uit het milieu verandert de minerale samenstelling van het voer. Wat in het verleden vanzelfsprekend goed was, kan in de loop van de tijd zijn veranderd. Onvoldoende mineralen en spoorelementen in het rantsoen kosten geld. Denk aan een verminderde vruchtbaarheid, suboptimale ontwikkeling van het jongvee of een slechte start van de lactatie. Weten hoe u moet bijsturen? De cijfers op het analyseverslag geven u het antwoord.
Ruwvoeronderzoek
Een ruwvoeranalyse evalueert het succes van oogsten, inkuilen en bewaren. Gras- en maiskuilen bevatten een schat aan waardevolle voeding. Om ze optimaal te benutten, moet u weten wat de voederwaarde is en hoeveel mineralen en sporenelementen de kuil bevat. Is de kuil goed geconserveerd? En hoe zit het met de smakelijkheid en de broeigevoeligheid?
Droge stof, RE, RC, RAS, VC-OS, Cl, zetmeel, bestendig zetmeel, suiker, vet, celwanden (NDF/ADF/ADL), NDF verteerbaarheid; VEM/VEVI/DVE/OEB/FOS/VOS/SW/VW/ DVLy/DVMe, melkzuur, azijnzuur, boterzuur
Kwaliteit tijdens opslag
De snijmaiskwaliteit is gedurende de opslag niet constant. Ingekuilde mais wordt na verloop van tijd steeds sneller verteerbaar. De analyses van Eurofins Agro geven door middel van Penskarakter meer inzicht in dit verloop.

Invloed op melkproductie
De bestendigheid van het zetmeel heeft een duidelijke invloed op de melkproductie. Hoe meer bestendig zetmeel wordt gevoerd, des te hoger de productie. Het effect is echter het sterkst bij een laag aandeel snijmais (<50 %) in het rantsoen.
Pensverzuring en melkproductie
Bestendig zetmeel in snijmaïskuilen neemt af tijdens het seizoen. Hierdoor neemt de kans op pensverzuring toe. Te weinig bestendig zetmeel in het rantsoen gaat ten koste van de melkproductie en het eiwitgehalte. Laat uw snijmaïskuil daarom onderzoeken met Penskarakter snijmaïs! Het gehalte aan bestendig zetmeel wordt gemeten en daarnaast ook hoe dit gehalte zich ontwikkelt tijdens de opslagperiode in de kuil. Gemiddeld genomen ligt de bestendigheid van flintmaïs ongeveer 20% hoger in vergelijking met dentmaïs. Dit verschil wordt veroorzaakt door een laag van eiwit-moleculen om het zetmeelmolecuul heen. Deze eiwitlaag beschermt het zetmeel tegen de pensbacteriën en zorgt ervoor dat een groter deel van het zetmeel de pens kan verlaten en beschikbaar is voor de enzymatische afbraak in de dunne darm.
Tip! Laat een kuil in het voorjaar nog eens analyseren voor een betrouwbare rantsoenberekening. Zo voorkomt u pensverzuring!
Zie ook de PDF van Eurofins: Bestendig zetmeel in snijmais
